Crackpot of genie – voor Cabbolet valt het doek

Op 28 oktober verscheen in de Volkskrant onderstaand opiniestuk van mijn hand, naar aanleiding van de promotie van Marcoen Cabbolet:

In de afgelopen week kwam in het nieuws dat Marcoen Cabollet alsnog een doctorstitel heeft weten te bemachtigen, op basis van zijn proefschrift over zijn Elementary Process Theory. Die theorie kan, naar zijn eigen zeggen, in de plaats kan komen van de Quantummechanica en de Algemene Relativiteitstheorie, de twee theorieen die bepalend zijn geweest voor de natuurkunde in de twintigste eeuw maar die ook in essentie onderling  niet verenigbaar zijn. De natuurkunde zit te wachten op een nieuwe theorie die beide theorieen verenigt, maar natuurkundigen denken niet dat Cabollet’s theorie dat zal zijn. Cabollet probeerde eerst aan de Technische Universiteit Eindhoven te promoveren, slaagde bijna, maar vlak voor de promotie ontstond er twijfel. De promotie werd, na een advies van Nobelprijswinnaar Gerard ’t Hooft, tegengehouden. Nu is het hem toch gelukt. De Vrije Universiteit Brussel kende hem op basis van het proefschrift de doctorstitel in de Wijsbegeerte en Moraalwetenschappen toe, en wel summa cum laude. Het feit dat de plechtigheid  aan een wijsbegeerte faculteit en niet in de natuurwetenschap plaatsvond zegt genoeg. De natuurkundigen nemen zijn theorie niet serieus.

Interessant is waarom de natuurkundigen Cabollet’s theorie niet serieus nemen. Uit een publicatie in de Annalen der Physik blijkt dat de theorie een zeer uitgebreid wiskundig raamwerk biedt. De theorie is onconventioneel, maar dat waren de relativiteitstheorie en zeker de quantummechanica ook. Sterker, de Amsterdamse natuurkundige Erik Verlinde kreeg dit jaar een Spinozapremie toegekend voor het uitwerken van een zeer onconventioneel idee over de aard van de zwaartekracht. Zijn collega’s verwachten veel van zijn ideeën, hoewel iedereen ook rekening houdt met de mogelijkheid dat hij er naast zit. Voor doorbraken in de theoretische natuurkunde is onconventionaliteit eerder een voorwaarde dan een belemmering, en dat is dus niet de reden waarom Cabollet’s theorie niet word aangehangen.

Wat dan wel? Wat maakt dat Verlinde applaus krijgt en Cabbolet hoon ten deel valt? We moeten daarvoor naar het werk zelf kijken. Het artikel in Annalen der Physik, waarvan ik aanneem dat het inhoudelijk overeenstemt met het proefschrift, begint met de vraag of er een theorie kan bestaan waarin materie en antimaterie elkaar afstoten. Met andere woorden, hij neemt aan dat antimaterie een negatieve massa heeft. Dat is in tegenspraak met zowel de relativiteitstheorie en de quantum­mechanica die geen van beiden negatieve massa’s toelaten. Op zich is het natuurlijk niet vreemd dat een nieuwe theorie in tegenspraak komt met zijn voorgangers – als dat niet zo zou zijn had je geen nieuwe theorie nodig – maar hier wordt de tegenspraak als uitgangspunt genomen, en is er geen concrete aanwijzing dat het probleem ligt bij de zwaartekracht van antimaterie. Tot op heden zijn er nooit zwaartekrachtmetingen aan anti-deeltjes gedaan. Daarvoor zijn ze te licht en leven ze te kort. Voor Cabbolet is zijn aanname aanleiding om een volledig nieuwe wiskundige beschrijving van de natuurkunde te ontwerpen  zonder daarbij aan te geven hoe de oude natuurkunde zich daarmee verhoudt. Toen de algemene relativiteit en quantummechanica ontstonden losten die wel degelijk experimentele en theoretische problemen van de oude theorie op. Bovendien hielden zij zich aan het correspondentieprincipe: de oude theorie is voor die situaties waar ze wel goed werkt af te leiden uit de nieuwe.

Het werk van Verlinde bouwt voort op een reeks nieuwe inzichten uit de theorie van zwarte gaten, het holografisch universum. Juist dat voortbouwen en tot in uiterste consequenties doordenken van die inzichten maken dat zijn werk de potentie heeft uit te groeien tot een zeer krachtige theorie. En, hoewel Verlinde zelf ook aangeeft nog aan het begin te staan van een mogelijke theorie, begint hij met het afleiden van de aloude wetten van Newton. Zijn zwaartekracht is voor planeten en valllende appels gelijk aan die van Newton. Met het correspondentieprincipe zit het bij Verlinde dus wel goed.

Natuurkunde is een vak van kleine stapjes. Het idee van een wetenschapper die in zijn eentje in een studeerkamer het probleem van het universum ‘oplost’ is romantisch maar klopt niet. Ook Einstein en zijn tijdgenoten werkten niet zo. De problemen waaraan ze werkten werden gedeeld door hun collega’s gedeeld. Einstein zocht een theorie die elektromagnetisme en mechanica verenigde en deed één revolutionaire aanname, dat de lichtsnelheid voor alle waarnemers gelijk is, onafhankelijk van hun snelheid. Bohr, Heisenberg en collega’s werkten stap voor stap aan een verklaring voor destijds nieuwe en vreemde  verschijnselen op atomair niveau. Pas jaren later ontstonden uit hun werk de uitgewerkte theoretische bouwwerken die in de natuurkundige studieboeken beschreven staan.

Cabollet maakt zichzelf verdacht  door te claimen in één klap de uitgewerkte theorie te hebben geconstrueerd. Met een verhaal dat hij in de tram met een collega de formules uitwerkte op de beslagen ramen probeert hij daarbij een zekere mystificatie rond haar ontstaansgeschiedenis in het leven te roepen. Zijn theorie is echter onaanvaardbaar doordat die begint met het zoeken van een verklaring voor een nooit waargenomen verschijnsel, en het ontbreken van het begin van een correspondentie­principe. Een theorie die niet kan verklaren wat we al eerder konden kan nooit vooruitgang betekenen. En daarmee valt terecht het doek voor Cabollet, ondanks zijn doctorstitel.

Een gedachte over “Crackpot of genie – voor Cabbolet valt het doek

  1. Het is goed om van twee verschillende kanten (het correspondentie-principe en een onafhankelijke axiomatische theorie) te bepalen of zwaartekracht thuis hoort in een andere kosmologie.

Geef een reactie