Onderwijsonderzoek

Ik was vandaag op een symposium bij NEMO. Aanleiding van het symposium was de presentatie van een nieuw boek van Rooske Franse: “Reizen door het Landschap van Informeel Leren”, dat een achtergrond biedt over het opzetten van educatieve tentoonstellingen. Mooi boek – en ik ga het zeker lezen. Bij die presentatie waren lezingen van Maartje Raijmakers, van de UvA, en Josh Gutwill, van het Exploratorium in San Francisco. Met name die laatste zette me aan het denken.

Hij noemde een voorbeeld van ontwerponderzoek dat ze bij het exploratorium doen. Ontwerponderzoek noemde hij als de meest praktijkgerichte vorm van onderzoek. Niet gedreven uit theorie maar gewoon om een opstelling op de museumvloer zo goed mogelijk te maken. Daarbij gaan ze heel praktisch te werk. Een ontwerper bouwt een eerste versie van een opstelling en die wordt op de museumvloer gezet. Het publiek loopt er langs en gebruikt de opstelling. Dat wordt geobserveerd – met camera’s en microfoons wordt vastgelegd wat er met en rond de opstelling gebeurt. Op basis daarvan wordt een nieuwe versie gemaakt. Ook die wordt op dezelfde manier getest en weer herzien. Net zolang tot er geen verbetering mogelijk is.

Gutwill noemde een voorbeeld van een opstelling waarin bezoekers schijven van een helling kunnen laten rollen, en kijken welke sneller gaat. Hoe snel een schijf rolt hangt af van hoe de massa verdeeld is over de schijf. Hoe dichter de massa bij het centrum van de schijf is geconcentreerd, hoe sneller de schijf gaat lopen – er gaat minder energie in de rotatie van de schijf zitten.

Er zijn verschillende soorten schijven: lichte aluminium en zware koperen schijven. Ook zijn er massieve en schijven die er meer uitzien als een wiel met spaken. Uit de observaties bleek dat mensen wel met de schijven speelden maar niet doorhadden dat het om de rotatie-energie ging. Veel dachten aan luchtweerstand. In het nieuwe ontwerp waren de schijven van hout met koperen gewichtjes er in, met een duidelijk zichtbare grootte en verdeling. Bezoekers hadden snel door dat het om massa en massaverdeling ging en probeerden dat uit. Een effect was wel dat ze veel korter bij de opstelling bleven.

De helling zoals gebruikt bij het exploratorium. Aan de onderkant zijn de schijven met gewichtjes te zien. Foto is van exploratorium.

In de volgende versie van de opstelling waren de schijven op dezelfde manier gemaakt, maar waren twee schijven toegevoegd waarvan de bezoekers zelf de massaverdeling konden bepalen door gewichtjes langs sleuven te verplaatsen. Nu bleven bezoekers weer veel langer bij de opstelling en kon uit hun gesprekken nog steeds worden opgemaakt dat de verdeling van de massa over de schijf essentieel is.

Wat mij vooral aan het denken zette is dat, hoewel de inhoud van de proef door de verschillende gebruikte schijven niet veranderde, het gedrag van de bezoekers dat wel deed, en vrij essentieel. Vooral omdat ik eerder op de dag een artikel reviewde waarin twee versies van een online leeromgeving werden gebruikt. In één versie kregen leerlingen vragen, in een andere niet. Ik heb het artikel afgewezen omdat de statistiek niet klopte, maar daarnaast zat de leeromgeving over celbiologie liefdeloos in elkaar. Fraaie animaties, maar de interactie met de leerling was weinig doordacht. Als je dit legt naast de wetenschap dan een relatief klein detail in het ontwerp veel uitmaakt, kun je je afvragen wat de zin van dergelijk onderzoek is.

Ik realiseerde me dat bij veel onderzoek naar instructievormen de eerste fase van zorgvuldig, iteratief ontwerp wordt overgeslagen of maar beperkt wordt gedaan. We grijpen meteen naar vergelijkend onderzoek, en vinden soms wel en soms geen verschil. Het probleem hiermee is dat doordat kleine verschillen in het ontwerp van de ervaring van de gebruiker grote gevolgen hebben voor gedrag, het geen zin heeft om verschillen in instructie te gaan vergelijken. Het effect van de details van de opstelling zelf kan vele malen groter zijn dan dat van wel of niet een bepaald soort vragen stellen. Onderzoek is gelaagd: eerst een goed ontworpen basisomgeving, dan pas uitproberen of verschillende vormen van instructie effect hebben. Die les kreeg ik vandaag weer een keer ingepeperd.

Geef een reactie