Modellenwerk deel 3 – ICT en onderwijs

Excuus voor de lange tijd sinds het vorige blog. Mijn oratie is inmiddels een tijdje geleden. In het vorige blog eindigde ik met de rol van computermodellen in wetenschap. Hier ga ik in op computermodellen op school.

Wetenschap is dus modellenwerk. Als je iets van de nature of science wilt begrijpen moet je weten wat modellen zijn, hoe ze ontstaan en hoe ze gebruikt en beoordeeld worden. Dat is voor mij de belangrijkste reden om onderzoek te doen naar hoe je leerlingen het beste het modelmatige karakter van wetenschappelijke kennis kunt laten inzien. Het doel daarvan is tweeledig: ten eerste is het kunnen abstraheren van kennis, kritisch nadenken over aannames van modellen en het vervolgens construeren en testen ervan een belangrijk leerdoel in het kader van het verwerven van hogere orde vaardigheden. Ten tweede is het doel van modelleren in het onderwijs dat leerlingen zelf de rol ervaren en kunnen beoordelen.

Onderzoek is nodig naar het inrichten van onderwijs waarin leerlingen modellen kunnen maken en ze kunnen gebruiken om vragen te beantwoorden. Dergelijk onderwijs zal zich moeten richten op het ontwerp van modelleergereedschap voor leerlingen van alle leeftijden, het ontwikkelen van interessante modelleeropdrachten en het stimuleren van denken en redeneren met en over modellen. En onderzoek is nodig naar hoe we dat het beste kunnen doen en wat de effecten kunnen zijn. In dat ontwerp en onderzoek speelt ICT een belangrijke rol. Voor ik verder ga met modelleren geef ik eerst een stuk persoonlijke geschiedenis over ICT in onderwijs.

ICT, onderwijs en computermodellen

In 1993 promoveerde ik op instructieondersteuning bij onderzoekend leren met computersimulaties. Voordat ik mijn promotieproject startte werkte ik bij de toenmalige vakgroep Natuurkundedidactiek hier in Utrecht, die nu onderdeel is van het instituut waar ik wetenschappelijk directeur van mag zijn.  In die tijd was ICT in onderwijs nog in een pioniersfase. Ik programmeerde mee aan het programma “de trage inbreker”, een computersimulatie waarin leerlingen in een wereld waarin je wrijving aan en uit kon zetten een brandkast een bankgebouw uit moest duwen. Het idee was leerlingen te stimuleren na te denken over het begrip “kracht”, volgens een model van begripsverandering. In dezelfde tijd kwam DMS op, een programma van Jon Ogborn, waarmee leerlingen zelf modellen konden maken. Door de beperkte beschikbaarheid van computers op school en het naast elkaar bestaan van verschillende incompatibele systemen ging het onderzoek en met name de implementatie zeer langzaam. Toch hebben deze eerste stappen ertoe geleid dat modelleren onderdeel is geworden van het natuurkundeprogramma.

Als je de promovendus Wouter van Joolingen in 1993 had gevraagd wat de status van ICT in het onderwijs zou zijn in 2016 had hij vast niet gezegd dat er nog steeds discussie zou zijn over de vraag of ICT zou kunnen bijdragen aan het onderwijs. Ik verwachte dat ICT snel zijn weg zou vinden en dat leerlingen en docenten het net zo makkelijk zouden gebruiken als een schoolbord toen. Dat is deels gebeurd, deels niet. ICT is niet voor iedereen zo vanzelfsprekend geworden als ik dacht. Zo was er rond de de afgelopen jaarwisseling nog in het nieuws dat leerlingen bij een meldpunt konden melden dat hun docenten niet voldoende ICT benutten in de les.

oratie-017

Blijkbaar is een deel van de docenten nog niet op de hoogte van de mogelijkheden die ICT biedt of er niet van overtuigd zijn dat technologie in de klas voordelen biedt. Nu is het ook beslist niet zo dat ICT in de klas automatisch leidt tot onderwijsverbetering, en het is ook niet noodzakelijkerwijs waar dat leerlingen beter weten hoe ze ICT kunnen gebruiken voor hun leerproces dan volwassenen. Casper Hulshof en Pedro de Bruyckere ontkrachten de mythe van de zogenaamde digital natives effectief in hun boek.

In 1993 zag ICT er ook heel anders uit dan nu. Het plaatje van een leerling achter een computer in een apart lokaal is vervangen door alomtegenwoordige apparaten: smartphones, tablets, smartboards, en soms ook nog traditionele computers. Al die apparaten zijn veel krachtiger dan de computers waarop we toen pionierden. En omdat de technologie zo verspreid is, is het bijna onverantwoord die niet te gebruiken.

Oratie.018

Specifiek voor onderwijs in de bètawetenschappen biedt de beschikbaarheid van technologie veel mogelijkheden. Het wordt mogelijk om de simulaties en modellen die wetenschappers zelf gebruiken op school in te zetten. Ook maakt de technologie het mogelijk modelleren laagdrempeliger te maken, en daarmee toegankelijker voor jonge kinderen. Dit heeft geleid naar mijn onderzoek over drawing-based modeling.

Modellenwerk op de computer: modeltekenen

Wetenschap is modellenwerk. In mijn vorige oratie die ik ruim zes jaar geleden aan de Universiteit Twente hield pleitte ik al voor een het toegankelijk maken van modellen en modelleren voor jongere kinderen. De toen reeds beschikbare modelleersystemen voor het voortgezet onderwijs richtten zich met name op de bovenbouw. Ik stelde in die oratie een systeem voor, onder de titel “Modeltekenen”, waarmee leerlingen modellen zouden kunnen bouwen op basis van tekeningen. Het systeem zou tekeningen van de leerling herkennen en daarbij – op aanwijzing van de leerling – een simulatie genereren. Dat was niet toevallig gekozen. Onderzoek dat toen al bekend was, en onderzoek dat in de tussentijd verricht is laat zien dat het maken van tekeningen helpt bij het verwerken van lesstof. Ik wil hier laten zien welke stappen ik daarna, met hulp van anderen, zowel in Twente als aan deze universiteit heb gezet om dit systeem te realiseren en te onderzoeken.

Samen met Lars Bollen heb ik SimSketch versie 1 ontwikkeld (Bollen & van Joolingen, 2013). SimSketch biedt voor een groot deel wat ik in mijn oratie beloofde: leerlingen kunnen tekeningen maken van natuurlijke systemen, die worden herkend en als basis dienen voor een simulatie. Leerlingen kunnen gedrag toekennen aan componenten van de tekening, door er een “gedragsticker” op te plakken. Hierdoor wordt de tekening een simulatie. We hebben dit bijvoorbeeld toegepast op het modelleren van het zonnestelsel. Leerlingen tekenen de zon, planeten en de maan en specificeren dat de planeten rond de zon bewegen en de maan rond de aarde. Zodra de leerlingen op “play” drukken komen de planeten in beweging en wordt de baan van de maan zichtbaar als een soort cycloïde. Leerlingen kunnen hier allerlei onderzoek aan doen zoals onderzoeken waarom Mars aan de hemel soms achteruit lijkt te bewegen en hoe zons- en maansverduisteringen ontstaan. Met SimSketch is een grote studie uitgevoerd bij NEMO waarin 250 bezoekers in de leeftijd van 7 tot 12 met het programma aan de slag gingen en waarbij we vervolgens met een voortoets-natoets-ontwerp de ontwikkeling van kennis over het zonnestelsel hebben gemeten. Dit was werk van Annika Aukes, studente psychologie, samen met Lars Bollen en Hannie Gijlers. Het resultaat was dat met name jonge leerlingen met behulp van deze modelleertaak kennis verworven over het zonnestelsel, en met name over het ontstaan van zons- en maansverduisteringen. Ook bleek dat in deze leeftijdsgroep het werken met modellen binnen bereik lag, en dat leerlingen het werken ermee in het algemeen positief beoordeelden.

SimSketch versie 1 bevatte een collectie “gedragstickers” die het toepasbaar maakte voor verschillende domeinen. Naast het zonnestelsel waren dat bijvoorbeeld verkeer – het ontstaan van files – de verspreiding van ziektes, en de werking van antibiotica. Deze onderwerpen ontstonden uit activiteiten die we voor leerlingen organiseerden, zoals masterclasses, waarbij leerlingen zelf onderwerpen konden aandragen. In dialoog met de leerlingen werd vervolgens geanalyseerd welk gedrag nodig was en hoe dat geïmplementeerd moest worden. Binnen een week had Lars dan de nieuwe versie klaar voor de volgende sessie van de masterclass. Vragen vanuit de leerlingen, een nabije ontwikkelaar en een goede interactie met leerlingen kunnen heel productief zijn.

In deel vier ga ik verder met de ontwikkeling van SimSketch, versie 2.

Geef een reactie